Plateelbakkerij De Distel Amsterdam 2017-09-01T12:03:19+00:00

distel amsterdam marksPlateelbakkerij De Distel

Plateelbakkerij ‘De Distel’ werd in 1895 te Amsterdam opgericht door Jacobus M. Lob, met als doel het vervaardigen van sieraardewerk en tegeltableaus. De Distel onderscheidde zich van andere plateelfabrieken door de vazen met matwit-glazuur en de toepassing van de carduus-techniek, die beiden bij deze fabriek werden ontwikkeld.
Aanvankelijk werden de decors op de vazen gemaakt in de stijl van het aardewerk uit de Haagsche plateelbakkerij Rozenburg. Door Art Nouveau-geïnspireerde dieren- en plantenmotieven werden aangebracht in donkere kleuren en de vazen werden afgewerkt met een glanzend glazuur. Na de overname van Tegelbakkerij Lotus in 1901 werd Bert Nienhuis artistiek leider binnen De Distel. Zijn ontwerpen waren geïnspireerd op Chinees en Japans aardewerk en de uitbundige motieven maakten plaats voor geometrische decors en sterk gestileerde dieren en planten, aangebracht op een witte ondergrond en geglazuurd met een matwit glazuur.
Nienhuis maakte in 1911 plaats voor Willem van Norden. Hij ontwikkelde voor de fabriek de carduus-techniek, die op tegels en vazen werd toegepast.
Vanaf circa 1914 werkte De Distel tevens samen met kunstenaars als Theodoor Colenbrander, Theo Nieuwenhuis en Carel Lion Cachet. Wegens de ongunstige markt voor sieraardewerk na de Eerste Wereldoorlog werd De Distel in 1922 verkocht aan Goedewaagen uit Gouda.

Carduus-techniek
De carduus-techniek is een decoratietechniek voor vazen en tegels die werd ontwikkeld in de plateelbakkerij De Distel in 1909. De techniek is gebaseerd op de Spaans/Moorse cuerda seca­-techniek, waarbij lijnen werden aangebracht op het aardewerk die ervoor zorgden dat de geglazuurde gedeeltes gescheiden bleven.
Geïnspireerd door de cloisonné-tegels van aardewerkfabriek de Porceleyne Fles, ontwikkelde Willem van Norden in 1909 de carduus-techniek. In plaats van het scheiden van de glazuren door middel van klei, zoals de cloisonné-tegels, liet van Norden zich inspireren door de cuerda seca-methode, een Spaans/Moorse techniek ontstaan uit een antieke Islamitische decoratiemethode. Kenmerkend voor deze techniek is het gebruik van een mengsel van mangaanoxide en olie of was, waarmee lijnen op het aardewerk aangebracht werden. Vervolgens werden de gedeeltes binnen de lijnen ingevuld met glazuur. De was smolt tijdens het bakken en alleen het mangaanoxide bleef achter in de vorm van zwarte lijnen.
Van Norden gebruikte een mal om de abstracte decoraties in het biscuit (één keer gebakken aardewerk) te persen. Vervolgens werden de lijnen zwart geschilderd en werd er een dikke emaille-glazuurpaté binnen de lijnen aangebracht. Theo Nieuwenhuis en Jac. Van den Bosch maakten vaak gebruik van de techniek in hun ontwerpen.

In onze collectie